HSP Praktijk Karin Martens

De boomgaard

Februari 2012
Dit verhaal heb ik jaren geleden geschreven voor het afscheid van een interim directeur die af en toe handelde als de oudste zoon en herschreven voor het afscheid van een interim directeur die mestal handelde als de jongste zoon. 


Ergens, in een land hier ver vandaan, woonde een man.
Deze man had de grootste boomgaard van het land. Dit gaf hem rijkdom en aanzien.
Als hij door de straten liep, zeiden de mensen: “Kijk, dat is die man met die grote boomgaard”, en dan glom hij van trots.

Op zijn sterfbed riep hij zijn beide zoons bij zich.
 
“Jongens”, zei hij, “ik heb niet lang meer te leven. Na mijn dood krijgen jullie beiden de helft van mijn boomgaard. Hierdoor kunnen jullie je niet onderscheiden omdat je de grootste boomgaard hebt. Toch wil ik, dat mensen ook over jullie boomgaard vol lof gaan praten, zodat ook jullie aanzien zullen verwerven”.  

De man overleed. 

De oudste zoon wist meteen hoe hij de wens van zijn vader tot werkelijkheid kon maken. Hij zou van zijn boomgaard de mooiste van het land maken. Zo gezegd, zo gedaan. Hij pakte een hakbijl en cirkelzaag en ging aan de slag. Rigoureus. Alles wat hij niet mooi vond, werd weggehaald. Na een paar uur hard werken, was de man klaar. 
De boomgaard zag er prachtig uit. Alle bomen stonden evenwijdig aan elkaar en er was geen takje dat krom groeide.

Prachtig! 

De mensen kwamen van heinde en ver om de boomgaard te bekijken. “Kijk, daar is die man met die mooie boomgaard”, zeiden de mensen als hij voorbij liep. 

De zoon glom van trots. Trots, omdat hij meteen bereikt had, wat zijn vader wilde. 
De jongste zoon vond het helemaal niet nodig om aanzien te verwerven.
Het enige dat hij wilde, was dat de bomen in de boomgaard zich goed zouden voelen.

Hij liep door zijn boomgaard en bekeek de bomen die er stonden. Een dag later liep hij er nogmaals doorheen en bekeek zorgvuldig elke afzonderlijke boom in relatie tot de andere bomen.

Na een paar dagen, ging hij snoeien. Heel zorgvuldig haalde hij alleen datgene weg dat de groei van een boom en van de omringende bomen in de weg zou staan.
Toen de oudste zoon de boomgaard van zijn broer bekeek, lachte hij. “Nou broertje”, zei hij “Denk je dat je je met deze boomgaard kunt onderscheiden? Al die kromme takken zijn niet om aan te zien!”. 

Ook andere mensen lachten om de lelijke boomgaard. 

En toen werd het lente….

In de boomgaard van de oudste zoon kwamen wat blaadjes aan de bomen. Hier en daar bloeide wat bloesem dat door enkele insecten werd bezocht.
In de boomgaard van de jongste zoon gonsde het van het leven. De bomen droegen práchtige bloesems. Zó mooi dat mensen van heinde en ver de boomgaard kwamen bewonderen. Vol lof spraken ze over de mooiste boomgaard die ze ooit gezien hadden. 

Enkele maanden later was het oogsttijd.

De oudste zoon plukte zijn vruchten. Deze waren klein en verschrompeld. Hij kon net rondkomen van de opbrengst. Zijn vruchten werden verwerkt tot jam en moes.

De jongste zoon plukte zijn vruchten. Mándenvol leverde zijn boomgaard op. Zijn vruchten waren sappig, glimmend en zó lekker dat iedereen er van wilde eten. Iedereen was bereid om er goed voor te betalen.
De oudste zoon had zijn lesje geleerd. Door meteen zijn wil op te leggen aan de boomgard en geen oog te hebben voor de afzonderlijke boom in relatie tot zijn omgeving, had hij hen alle levenslust ontnomen. Hierdoor verloren de bomen hun vertrouwen in de zoon en waren ze niet meer in staat tot goede prestaties.

De jongste zoon hielp zijn broer om op een respectvolle manier voor zijn boomgaard te zorgen.

Het duurde zeven jaar voordat de boomgaard hersteld was en de bomen hem durfden te vertrouwen. Vanaf toen droegen beide boomgaarden dezelfde vrucht. 
En ze leefden nog lang en gelukkig.