HSP Praktijk Karin Martens

                                                     Meneer Beer

Ik hoorde dit verhaal tijdens een kerstviering.
Ik weet niet uit welk boek dit komt en wie het geschreven heeft.


Er was eens een beer die midden in een groot bos woonde. 
Zoals we allemaal weten zijn beren heel goedige dieren en meneer Beer was daar een typisch voorbeeld van. Hij was aardig voor de vogels, de konijntjes en een heleboel andere dieren. En..... er was iets heel typisch aan meneer Beer. Hij kon prachtig viool spelen. Hij was verknocht aan die wonderschone viool die hij altijd zat te poetsen tot ze glom als een spiegeltje. Maar wat jammer! Nooit kwam meneer Beer aan spelen toe want elke keer gebeurde er iets waardoor zijn eigen wensen even niet belangrijk waren. 
Stel je maar voor! Bij het krieken van de dag begeeft meneer Beer zich welgemoed op pad. Hij vindt alles wat hij ziet mooi: de groene takken aan de bomen, de goudgele bloemen langs het pad, de glinsterende dauwdruppels op de bladeren en, niet te vergeten, de heldere verenpracht van zijn vrienden, de vogels. Nadat hij een tijdje gelopen heeft, maakt het pad dat hij volgt plots een vreemde kronkel. Op dat punt aangekomen, besluit meneer Beer wat te gaan spelen. Zorgvuldig opent hij de kist, daar wordt de schitterende viool zichtbaar. Zonder aarzelen pakt hij viool en strijkstok en wil beginnen. 
Op dat moment echter ontwaart onze beer het vage lichtpuntje van een geschrokken glimworm. 'Ach meneer Beer,' zegt het glimwormpje, 'ik ben van de tak gevallen en nu kost het mij zeker een hele dag om weer terug te kruipen.' Peinzend kijkt de beer op het kleine diertje neer. Even lijkt hij nog te twijfelen, maar uiteindelijk legt hij voorzichtig de viool neer en stapt op het wormpje toe. Binnen twee seconden zit het glimwormpje weer op zijn vertrouwde tak. Zonder zich nog verder om de beer te bekommeren begint het direct voedsel te verzamelen. 
Net wil de beer zijn viool weer oppakken als zijn oog valt op een ekster even verderop vlak naast de beek. Zonder erbij na te denken vraagt de beer gehaast of er hulp geboden moet worden. En jawel hoor, de ekster is uitgeput van het vliegen, overmoedig had hij een lange tocht aanvaard, hij kan echter niet meer. Het eksternest met jongen bevindt zich aan de rand van het bos en het is maar zeer de vraag of de ekster het nest ooit nog zal bereiken. 
Het is even stil... dan stopt meneer Beer zijn dierbare viool in de kist. Teder neemt hij de uitgeputte vogel op de arm en brengt hem terug naar het nest. De urenlange wandeling en het stevige tempo hebben de beer zó vermoeid dat hij ongemerkt tegen een eik in slaap valt. 
De dag loopt alweer ten einde wanneer hij wakker wordt en gehaast spoedt hij zich naar zijn hol. Vol spijt denkt hij terug aan de dingen van de dag, die zoals elke dag weer niet hadden gebracht wat hij eigenlijk wilde. Onrustig sliep hij die nacht in. Hij droomde van een beer die gewoon zichzelf was. 
Hij liep naar de open plek in het bos, negeerde nu alle vragen en verzoeken van de andere dieren en begon viool te spelen. Houterig stond de beer zenuwachtig te zijn. Geleidelijk aan vulden de klanken van de viool de open plek en grote delen van het bos. De dieren hielden op met praten, ze stopten met hun bezigheden, zelfs de vogels waren stil. Ademloos luisterden ze naar het prachtige spel van meneer Beer. Vele dieren begaven zich naar de open plek en gingen stil zitten luisteren. 
'Prachtig, prachtig!' klonk het toen de beer even pauze nam. 'Maar meneer Beer,' zeiden de dieren, 'waarom heeft u nooit voor ons gespeeld? Uw muziek maakt ons blij en vrolijk. We zouden u willen vragen veel meer voor ons te spelen, want dat vinden we fijn.' 
De volgende morgen stond het besluit van meneer Beer vast. Hij zou naar de open plek gaan, zijn viool pakken en er lustig op los spelen. En zo gebeurde het. Meneer Beer begon vol overgave te spelen. De muziek vult de open plek en grote delen van het bos. De dieren luisteren vol bewondering. Nog nooit hebben ze iemand zo mooi horen spelen. Eendonderend applaus weerklinkt als de beer is uitgespeeld. Dankbaar neemt hij de erkenning in ontvangst. 
Van alle kanten komen de dieren naar hem toe. 'Dat eerste stuk deed me denken aan mijn overleden vader,' sprak het konijn gewichtig en bedankte de beer voor zijn goedheid. 'Uw muziek verlicht de pijn van mijn bedlegerige vrouw,' zei een ontroerde mol bedremmeld. 'Ik wil dat u op de bruiloft van mijn dochter de muziek verzorgt,' deelde Koning Leeuw op gevoelige toon mede. 
Onder deze lawine van complimentjes werd meneer Beer iets heel duidelijk, want het bleek dat ook wanneer je jezelf bent de dieren je aardig vonden. Het is zonde om je eigen kwaliteiten niet te tonen, zodat anderen hier ook weer profijt van kunnen hebben. Maar de grootste les was wel dat hij ook een plaats voor zichzelf moest behouden.