HSP Praktijk Karin Martens

Mijn persoonlijk verhaal

Als jongste dochter ben ik geboren in een warm, katholiek gezin van drie kinderen.

Als kind was ik stil, angstig en teruggetrokken. Het best voelde ik me als ik alleen was met mijn eigen gedachten en gevoelens. Deze waren diep, mooi, levendig en veilig. Ik was me ervan bewust dat alles en iedereen met elkaar verbonden is en voelde aanwezigheden die me hielpen. Ik veronderstelde dat alle mensen dit konden ervaren.


Alles wat ik voor het eerst deed, boezemde me angst in.
Mijn ouders hebben hier steeds begripvol op gereageerd. Nooit hebben ze me gedwongen of verwijten gemaakt. Ze stimuleerden me. Vanuit een uiterst veilige omgeving mocht ik de wereld leren verkennen.
Zo overwon ik mijn angst voor water, leerde ik in mijn eigen tempo lopen, steppen, fietsen en... op eigen benen staan.


Tijdens feesten kroop ik het liefst weg achter jassen die aan de kapstok hingen. Ik snapte niets van de grote mensen. In één oogopslag zag ik dat iemand zich ellendig voelde en uitgerekend déze persoon zat dan het hardst te lachen en de meeste grappen te maken.
Ik weet nog dat ik als vierjarig meisje op een verjaardagsfeest van mijn vader tegenover een oom ging staan en zei: "Oom, u doet wel vrolijk, maar u bent het niet". Er volgde een doodse stilte. Ik wist dat ik iets gezegd had dat ik niet had mogen zeggen. Mijn schaamtegevoel was intens, ondanks het feit dat ik niet wist wat ik fout had gedaan.
Toen ik er een dag later met mijn moeder over sprak, zei ze me dat ik niet kan zien hoe iemand zicht voelt en dat het niet netjes is om zoiets tegen een volwassene te zeggen. Dit bezorgde me grote verwarring.


Het kwam regelmatig voor dat ik vertelde wat ik zag en dat dit totaal ontkend werd door mensen uit mijn omgeving. Hierdoor ging ik aan mezelf twijfelen en heb ik lang niet durven vertrouwen op mijn eigen gevoel.

Op de lagere school zat ik op een meisjesschool die geleid werd door nonnen. Hier had ik het enorm naar mijn zin. Ik had veel vriendinnen en voelde me geliefd en populair.
Op school trok ik graag met anderen op. Thuis was ik het liefst alleen. Ik had het nodig om in mijn eigen fantasiewereld tot rust te komen en te verwerken wat ik overdag had meegemaakt.
Halverwege de derde klas (nu groep vijf) was ik er pas aan toe om met vriendinnen af te spreken en om buiten te spelen met buurtkinderen.
Vanaf een jaar of tien was ik een echt buitenkind dat voortdurend in gezelschap van leeftijdgenootjes te vinden was.

In de vijfde klas (nu groep zeven) vertelde een klasgenoot tijdens een klassengesprek dat ze een overleden tante had gezien. De non die ons lesgaf, zei dat het van de duivel is als je dit kunt zien.
Ik vertelde haar dit niet van de duivel is, maar juist rechtstreeks afkomstig is van God!
De non reageerde geschokt en vertelde nogmaals dat mensen die dit kunnen zien van de duivel zijn.
Dit klassengesprek heeft een enorme impact op mijn leven gehad. Volgens de non (die ik graag mocht en waarvoor ik mateloos respect had) had ik iets in me dat 'van de duivel' is.
In elke vezel van mijn lichaam voelde ik haar ongelijk. En toch... beperkte deze opmerking me in mijn manier van zijn. Jarenlang heb ik me geschaamd voor het feit dat ik aanwezigheden kan voelen.

Er was nog een ervaring die me erg beperkt heeft in mijn manier van zijn.
Tijdens een pauze op school vertelde ik aan een non, die aan het surveilleren was, dat ik gemerkt had dat ik pijn met mijn handen kan wegnemen. Ik had dit zelf ontdekt en was er verrukt over. "Oooh, wat erg", zei ze, "wat zal de Paus boos op je zijn als hij dit hoort". Ze vertelde me dat dit hekserij is en vroeg me dit nooit meer te doen.
Haar reactie verbijsterde me! Ik vertelde haar dat Jezus tot op de dag van vandaag geprezen wordt voor het feit dat hij mensen kon genezen en dat ik niet begreep dat het van mij hekserij is als ik hetzelfde doe dat Hij heeft gedaan.
"Wie dacht ik wel niet dat ik was, dat ik mezelf met Jezus durfde te vergelijken....", reageerde ze. Ze maakte me duidelijk dit nooit meer te doen.
Als volgzaam meisje heb ik hier vijfendertig jaar lang gehoor aan gegeven. Nog steeds vind ik het moeilijk om anderen spontaan hulp in de vorm van healing aan te bieden, ook als ik ervan overtuigd ben dat dit een ander kan helpen.

Als puber had ik het niet altijd gemakkelijk op school. Leren ging me goed af. Ik had een leuke vriendenclub. Van mijn populaire medescholieren echter begreep ik niets. Zij schepten er genoegen in om leraren en klasgenoten te pesten en te sarren. Onbegrijpelijk vond ik dit! Ik zag de pijn die veroorzaakt werd door het pestgedrag en kon er met mijn pet niet bij!
Al snel kwam ik tot de conclusie dat ik hier niet bij wilde horen! Dat zou ik met mijn geweten niet in overeenstemming kunnen brengen!
Ik nam het op voor degenen die gepest werden en ben gelukkig zelf nooit gepest.

Na de middelbare school ging ik naar de Opleiding Logopedie in Rotterdam.
Op de opleiding voelde ik me als een vis in het water!
Rotterdam echter bleek niet de juiste plek voor mij te zijn. Vanwege mijn gevoeligheid slurpte ik alle indrukken van deze drukke stad in me op. Dit maakte dat ik me soms, van het ene op het andere moment, intens ellendig voelde.
Lichamelijk en psychisch bleek er niets aan de hand te zijn. Pas jaren later kwam ik er bij toeval achter dat mijn hoogsensitiviteit hier de oorzaak van was.

Ik was eenentwintig toen ik bewust besefte dat ik de wereld anders waarneem dan de meeste andere mensen.
Dit was een OPENBARING voor me.
Ineens ging ik de wereld met andere ogen bekijken. Ineens ging ik mensen begrijpen. Ineens kon ik gebeurtenissen plaatsen.
Ik ging ook begrijpen waarom mensen me niet uit zichzelf hielpen als ik me ellendig voelde. Ik vond het nooit nodig om over mijn gevoelens en gedachten te praten aangezien ik ervan uitging dat een ander toch wel wist wat er in me omging.
Pas toen ik merkte dat dit niet zo was, leerde ik uitleg te geven over mijn gevoelens en gedachten.
Dit ging niet vanzelf. Immers, iets wat je eenentwintig jaar niet gedaan hebt, heb je jezelf niet zomaar eigen gemaakt.

Tevens ging ik leren om anders naar mensen te kijken en anders met mensen om te gaan.

Aanvankelijk ging ik toetsen of mijn gevoel wel klopte. "Als niemand in mijn omgeving voelt wat ik voel, voel ik het dan wel goed?", dacht ik.
Ik ging dit checken bij iedereen die ik ontmoette. "Ik voel dat jij je .... voelt. Klopt dat?" En jawel, het klopte, telkens weer.
Voor mij gaf deze periode bevestiging.
Mensen om me heen gingen me mijden. Zij zaten er niet op te wachten om ongevraagd doorgelicht te worden.
Er waren ook mensen die juist naar me toe kwamen. Zij vonden het fantastisch dat ik hen zo goed aanvoelde. Aanvankelijk genoot ik van hun adoratie. Ik voelde me belangrijk en slim. Dit gaf me energie. Al snel echter, ging het me benauwen. Deze mensen namen me wel heel serieus. Mijn adviezen werden letterlijk opgevolgd, zonder er met hun eigen logische verstand over na te denken. Onbegrijpelijk vond ik dit. Onbegrijpelijk en doodeng. Wat zouden ze doen als ik zei dat ze van een flat af moesten springen?

Er kwam een periode aan waarin ik mijn gevoel ging negeren.
Ineens had ik het hélemaal gehad met het gericht zijn op een ander. Vanaf toen lette ik alleen op wát iemand zei en negeerde bewust de overige signalen die mensen uitzonden.
Ik had er geen zin meer in, geen puf meer voor en had het nodig om alleen op mezelf gericht te zijn.
Ik werkte in een verpleeghuis en had een goedlopende logopediepraktijk. Met ziel en zaligheid werkte ik soms zestig uur per week. Verder wilde ik stappen en lol maken: geen diepzinnige gesprekken en moeilijk gedoe meer!
Vrienden en kennissen waren verbaasd. De ongevraagd behulpzame en attente Karin was ineens niet zomaar behulpzaam en attent meer. Het moest worden gevraagd en het antwoord kon wel eens 'nee' zijn...

Door deze periode heb ik geleerd wie mijn echte vrienden zijn.
Door deze periode heb ik ook ervaren dat het onmogelijk is om mijn gevoel te negeren.
Ik werd ziek. Overspannen. Ik moest aan mezelf toegeven dat ik niet alles kan, dat ik niet alles aankan en dat ik ook oké ben als hoogsensitief persoon. Ik bén gevoelig. Daar kan niets of niemand iets aan veranderen. Daar heb ik het mee te doen. Zélfs als het niet lijkt te passen binnen deze maatschappij. Het hoort bij mij.

Dit was de moeilijkste en, achteraf gezien, de waardevolste periode uit mijn leven.
Na drie maanden kon ik weer gaan werken. Tien kilo zwaarder, omdat ik geen onnodige energie meer stak in het wegstoppen van mijn gevoel. Heerlijk vond ik dit! Ik was altijd extreem mager geweest en werd verdacht van anorexia. Dát stempel was ik op slag voorgoed kwijt.

13 december 2006:

Een week geleden heb ik voor het eerst gesproken over hooggevoeligheid.
In augustus kreeg ik tijdens een fietstocht de ingeving om op mijn werk uitleg te gaan geven over dit onderwerp. Deze ingeving kwam zo maar in me op en liet me niet meer los. Ik wist dat dit te gebeuren stond. Daarom begon ik meteen met de voorbereidingen ervan. Toen in oktober op school werd aangekondigd dat presentaties gegeven konden worden tijdens een studiedag op 6 december, had ik het grootste deel van de presentatie al voorbereid.
Vooraf was ik verschrikkelijk zenuwachtig. Náchtenlang lag ik wakker van de stress. Ik was bang om voortaan gezien te worden als 'dat gevoelig mens' en niet meer serieus genomen te worden als logopedist. En toch... moest ik het doen... Het was geen optie om de presentaties NIET te geven. Zíék van spanning ging ik naar school.
Toen ik eenmaal aan het praten was, verdween de spanning als sneeuw voor de zon.
En de toehoorders... waren vol lof. Nog nooit heb ik me zó gewaardeerd gevoeld als na deze presentaties.
Collega´s vroegen me om de tekst. Zij wilden het nog eens nalezen en wilden het delen met familieleden.
Omdat hooggevoeligheid niet uit te leggen is via een puur theoretisch verhaal, heb ik bovenstaand persoonlijk verhaal geschreven om toe te voegen aan de gevraagde informatie.
------

Op eenenveertig jarige leeftijd kan ik zeggen dat ik blij ben met mijn hooggevoeligheid. Ik heb het redelijk geïntegreerd in het normale dagelijkse leven.

Ik woon in een huis waarin altijd wel ergens plaats is om me terug te trekken. Er is ook altijd plaats voor creativiteit. Heb je zin om te kleien? Dan gá je kleien. Het is hierdoor vaak rommelig, maar... er wordt geleefd en iedereen is welkom!

Ik heb een grote tuin die grenst aan sportvelden. Dit geeft me het gevoel buitenaf te wonen. Hier kan ik van de natuur en van de buitenlucht genieten. Dit bezorgt me de rust die ik nodig heb.

Als ik opgefokt ben door opgedane indrukken, ga ik spelen met de honden. Als ik wild met takken gooi, raak ik mijn opgefoktheid kwijt en mijn honden genieten met volle teugen!

Als ik me niet lekker voel, ga ik na of dit van mezelf afkomstig is of veroorzaakt is door iemand anders. Als het van mezelf komt, neem ik rust. Komt het van een ander, ga ik dansen, douchen of naar buiten.

Na een vergadering (of een andere activiteit waarbij ik flink heb moeten nadenken) doe ik meestal een simpel computerspelletje. Terwijl ik dit speel, laat ik mijn gedachten de vrije loop en krijg ik mijn gedachten weer op een rijtje.

Ik breng met mijn gezin veel tijd door in de natuur.

Mijn werk heb ik heel bewust gekozen. Als logopediste ben ik steeds heel praktisch bezig. Mijn creativiteit kan ik kwijt in mijn behandelingen.
Als ik 'last' heb van een leerling, weet ik dat ik dit slechts 25 minuten hoef te verdragen. Als ik daarna door de binnentuin loop, mijn handen was met warm water of mijn handen afsla, kan ik verder met de volgende leerling.

Surveilleren vind ik lastig. Evenals 'leuke' activiteiten als schoolreisjes en kerstvieringen. Al die kinderen bij elkaar zorgen er soms voor dat ik me duizelig voel.

Mijn hobby's kies ik heel bewust uit.
Bij privé activiteiten vraag ik me af: "Hoeveel energie kost het mij om dit nu te doen en is dit het mij waard"?

Voordat ik naar een feest ga, rust ik uit: dan doe ik een middagdutje en ga uitgebreid in bad.

Ik heb geleerd om te luisteren naar wát mensen zeggen en ga pas bewust 'voelen' als er om gevraagd wordt of als hier aanleiding toe is.

Kortom: met aandacht en aanpassingen is het heel goed mogelijk om hooggevoeligheid te integreren in deze maatschappij.

30 mei 2013:

Het is alweer meer dan zeven jaar geleden dat ik bovenstaand verhaal schreef.
Inmiddels is er veel veranderd in mijn leven.

Na het overlijden van mijn schoonmoeder ben ik met mijn gezin in het ouderlijk huis van mijn man gaan wonen, middenin het centrum van Roosendaal.

Mijn dochters worden langzaam maar zeker steeds meer zelfstandig. Het zijn heerlijke pubers met alles wat daarbij komt kijken!

Nu mijn dochters ouder worden, is er voor mij ruimte om datgene te doen dat helemaal bij me past.
Dat is.... werken in HSP Praktijk Karin Martens.
Het huis waarin ik nu woon is hier uitermate geschikt voor. Het ligt op een centrale locatie, we hebben parkeergelegenheid aan huis en er is beneden een kamer die is ingericht als praktijkruimte.

De afgelopen jaren heb ik mezelf als hoogsensitief persoon steeds beter leren kennen.
Ik ben er klaar voor om mijn kennis te delen...



Conclusie:

Omgaan met hoogsensitiviteit is niet altijd eenvoudig. Dat blijkt uit bovenstaand verhaal. Inmiddels ben ik er blij mee en trots op. Het is mooi om intens te leven.
Juist dankzij de strijd die het me opgeleverd heeft, ben ik me hier intens bewust van.